Inburgering in Oisterwijk, met zicht op de toekomst …

In december van het vorige jaar hebben we eerder de nieuwe Wet Inburgering behandeld en de wijze waarop deze wet door de gemeente zou worden ingevuld. Inmiddels zijn we een half jaar verder en we vonden dit een goed moment en gelegenheid om de eerste ervaringen ermee te weer te geven. We zijn namelijk als ASD vanaf een heel vroeg stadium, eind 2019, door de gemeente betrokken bij de vertaling van de nieuwe wetgeving in uitvoering en de lokale inbreng. We hebben dit als zeer prettig en positief ervaren en nemen dan ook actief deel in de Klankbordgroep waarin we van de migranten horen hoe zij de praktijk ervaren. Zo horen we ook hoe weerbarstig het traject van inburgering is en dat er hierdoor slechts 1 persoon het traject volgens de nieuwe wetgeving volgt. Dit alles is o.a. het gevolg van het tekort aan woningen die aan de statushouder kan worden toegewezen. Ook in Oisterwijk is er een structureel tekort aan woningen en het ziet er niet naar uit dat dit snel zal worden opgelost. Na de toewijzing wordt er in de eerste 4 weken een kennismakingsgesprek gevoerd tussen gemeente en inburgeraar en wordt er een stappenplan gemaakt waarin onderdelen staan die de nodige informatie bevatten voor de inburgeraar.

Dit stappenplan wordt door het Refugee Team gemaakt en via de gemeentemedewerker aan de inburgeraar overhandigd. Het is de bedoeling dat de inburgeraar vervolgens een woning krijgt toegewezen waarna de eigenlijke begeleiding en Ondersteuning bij allerlei praktische zaken, bijv. verhuizing etc. kan beginnen. Deze maatschappelijke begeleiding is van groot belang voor een goede en sociale inburgering; door opleiding en verschil in achtergrond met Nederland hebben de meeste inburgeraars een grote achterstand te overbruggen. Het Refugee Team zorgt voor een coach die samen met de inburgeraar een Persoonlijk Inburgering Plan (PIP) opstelt waarin uitgangspunten en doelstellingen zijn opgenomen, zodat opleiding en participatie naast de persoonlijke begeleiding zijn vastgelegd. De daaropvolgende leerroute inburgering kan uitlopen van 6 tot 21 maanden.

Actief hierbij zijn naast het Refugee Team o.a. het Taalhuis, dat al jaren vanuit Tiliander taalonderwijs verzorgt met vele actieve en positieve vrijwilligers. Daarnaast heeft het AZC in Oisterwijk ook daar eigen voorzieningen. Van het Refugee Team hebben wij vastgesteld dat dit heel dicht bij de migranten staat en erg actief en betrokken werkt. Ondanks
dat veel migranten een achtergrond als analfabeet hebben zorgen zij voor een intensieve begeleiding. Veel ook komen de migranten uit een gewelddadige en oorlogssituatie met traumatische ervaringen en zijn er ondanks dat indrukwekkende prestaties mogelijk.

In het vorige artikel over dit onderwerp was een van de aspecten die de ASD naar voren bracht het inschakelen van de lokale ondernemers in Oisterwijk voor arbeids- en leerwerkplaatsen. Zeker in deze tijd van personeelstekorten hadden wij hier grote verwachtingen van. Echter wij hebben moeten constateren dat hier nauwelijks initiatieven voor zijn ontwikkeld en er dus weinig of
geen vraag is vanuit de lokale ondernemers. Dit verbaast ons eigenlijk en betreuren wij…
Ook hadden wij extra aandacht gevraagd voor z.g. kwetsbare groepen. Door eerdere beleidswijzigingen is hiervoor de opvang en begeleiding weggehaald uit de landelijke ROC’s en geprivatiseerd. Behalve de inzet van de WSD, die ervaring heeft met kwetsbare groepen, is er bij ons hierover geen nieuwe informatie bekend.
Als laatste willen wij opmerken dat we over het geheel optimistisch zijn over de aanpak en uitwerking die wij tot nu toe hebben mogen constateren. De vele enthousiaste medewerkers van gemeente en hulpverleners geven ons een positieve kijk op het verdere verloop van de invoering van de nieuwe wetgeving.
En we hopen dat met de inzet van de gemeente op sociale woningbouw ook snel nieuwe woningen ter beschikking komen, niet alleen voor eigen inwoners maar ook voor de inburgeraars. Dan komt er ook weer ruimte in het AZC, waar in de komende tijd ook nieuwbouw wordt gedaan zodat daar ruimte en meer privacy komt voor de asielzoekers.

Loket Wegwijs, een waardevolle maar ook noodzakelijke aanvulling in het sociaal domein…

Onlangs brachten wij een werkbezoek aan Loket Wegwijs om ons te laten informeren over de werkwijze en vorderingen van hun activiteiten en ontwikkelingen na 2 jaar corona. Het loket is kort hiervoor opgericht door de gemeente Oisterwijk om voor de inwoners een eenduidig ingang te hebben voor alle sociale problematiek van de burgers. Voordat het Loket bestond moesten de inwoners zelf uitzoeken langs welke weg ze hulp konden krijgen voor hun probleem.
Er waren ongeveer 27 mogelijkheden voor een eerste contact met een hulpvraag. Waar iemand dan terechtkwam, berustte nogal eens op toeval. Dit leidde tot complexe situaties voor zowel de betrokken hulpverlener als voor de gemeenteambtenaar en de inwoners. Het probleem van de burger is niet altijd meteen duidelijk. Zijn de klachten van somatische of psychische aard of ligt achter een ervaren probleem een ander probleem zoals armoede, werkeloosheid of relationele omstandigheden? De eenmaal gekozen ingang was niet altijd de meest geschikte en het kon lang duren voordat de juiste hulp bij de juiste persoon kwam. Het bleek niet eenvoudig om via de gekozen ingang bij de meest geschikte hulpverlener te komen. En hulpverleners konden elkaar niet altijd goed bereiken. Met de oprichting van Loket Wegwijs is hierin een grote verbetering gekomen. De medewerkers van het Loket zijn de centrale ingang voor alle vragen of hulp op het gebied van zorg, werk & geldzaken, jeugd & gezin, wonen & vervoer. Ze zijn deskundig over de hele breedte van de mogelijke hulpvormen, kunnen zorgen voor een goede verheldering van de hulpvraag en zorgen voor de meeste geschikte doorverwijzing. Loket Wegwijs Oisterwijk is hiervoor telefonisch bereikbaar op alle dagen van de week en heeft een inloopspreekuur op donderdagochtend in Tiliander aan de Spoorlaan in Oisterwijk. Later dit jaar zal dit worden uitgebreid naar spreekuren in Haaren en Moergestel, maar dat is nog in ontwikkeling. De details hiervoor zullen later bekend
worden gemaakt.

Werkwijze

De meeste inwoners melden zich bij het Loket na een doorverwijzing van de huisarts of praktijkondersteuner. Sommigen melden zichzelf maar er komen ook mensen via school en schoolmaatschappelijk werk, consultatiebureaus of clientondersteuners. In de afgelopen periode heeft men door corona veel hinder ondervonden in het contact met de inwoners van Oisterwijk; huisbezoeken waren niet mogelijk en kantoorafspraken konden slechts mondjesmaat plaats vinden. Gelukkig is deze periode nu voorlopig voorbij en kan er weer heel veel worden opgepakt.
Met een centrale ingang streeft men naar laagdrempeligheid voor het eerste contact met de inwoner. Aan de telefoon moeten de medewerkers vaak nog uitleggen wat de functie is van Loket Wegwijs en waarvoor men er terecht kan. De bekendheid kan dus nog wel wat beter. In het algemeen stelt de inwoner een korte vraag en het is dan de taak van de medewerker om door goed de vraag te analyseren en door doorvragen een duidelijk beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en of er achter die vraag wellicht andere problemen spelen. De opzet van Loket Wegwijs is om mensen eerst te helpen om binnen de mogelijkheden en met bestaande voorzieningen ( basisstructuur ) hun eigen probleem op te lossen. Indien er sprake is van meervoudige complexe situaties zal worden gekeken welke maat voorziening mogelijk is, d.w.z. hulp die toegespitst is op de hulpvrager. Ook kan hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geboden worden.
Ook horen de medewerkers vaak dat de inwoners zelf van mening zijn dat men zich eerder had moeten melden. Medewerkers van Loket Wegwijs denken ook vaak dat mensen eerder hadden kunnen aankloppen. Door het verhogen van de zichtbaarheid en het doen van veel huisbezoeken hoopt men dit probleem weg te nemen. Naast de uitbreiding van spreekuren in Haaren en Moergestel zoekt men ook nog naar mogelijkheden voor wijkspreekuren.
Het aantal gesprekken dat de medewerker met de inwoner voert, is afhankelijk van de problematiek en de analyse die moet worden gemaakt. Men beperkt het aantal vaak tot 5 gesprekken en is dan in staat een goede doorverwijzing te do en naar een algemene of gespecialiseerde voorziening. Bij de complexere situaties waar er sprake is van meerdere problemen tegelijk kan worden gekozen voor maatschappelijke ondersteuning of maatwerk en regie-afspraken met de inwoner.

Samenstelling

Loket Wegwijs wordt bezet door een zestal medewerkers, allen met een eigen specialisme in het maatschappelijk werk en een achterban uit de maatschappelijke organisatie MEE, welzijnsorganisatie Farent en de gemeente. Waren de medewerkers in het begin met name gericht op Jeugdwerk en Wmo-aspecten, de laatste tijd zijn de vragen van inwoners breder en meer gericht op de ouder wordende inwoner en het gebrek aan woningen. Men speelt hierop in door af te wegen wie een inkomende vraag oppakt en het traject gaat behandelen.
Men heeft in de afgelopen tijd een heel netwerk ontwikkeld door samenwerking met andere partijen in de maatschappelijke dienstverlening met als doel om directe en ondersteunende zorg voor mensen met ernstige problemen, ook in wijken, te kunnen bieden. Als voorbeeld noemde men het project BUURTGEZINNEN, waarbij ouders of grootouders die ondersteuning willen bij de opvoeding geholpen worden door andere opvoeders. Professionele hulpverleners begeleiden deze hulp. De eerste resultaten van dit project zijn veelbelovend.
In een van onze vorige artikelen in de Nieuwsklok hebben wij uw aandacht gevraagd voor het begrip “Normaliseren”. Ook bij het Loket Wegwijs is dit een belangrijk onderwerp en probeert men in de gesprekken met inwoners door te laten klinken dat sommige zaken in de maatschappij als normaal mogen worden beschouwd en op enigerlei wijze bij iedereen wel voorkomen. Er hoeft niet altijd en overal een gespecialiseerde hulpverlener ingeschakeld te worden om problemen voor de inwoners op te lossen. Met ondersteuning, met verheldering van de situatie en met eigen inzet van de hulpvrager en mensen in de omgeving kunnen problemen soms in voldoende mate opgelost worden. Het is niet altijd gemakkelijk maar het geeft wel veel voldoening als mensen, met hun naasten hun eigen oplossend vermogen ontdekken. En dat kan ook in de toekomst effectief blijken. Aan mensen wordt gevraagd om hiervoor open te staan maar de discussie hierover is niet altijd gemakkelijk. Het is een onderwerp dat steeds aandacht vraagt en pittig van karakter is.
Zo ook is de privacywetgeving in deze sector een onderwerp dat erg belangrijk is en zorgt voor een zorgvuldige aanpak van hulpverlening.

Nog te wensen

Een van de zaken die men nog graag zou hebben is een flyer die de bereikbaarheid, werkwijze en onderwerpen van Loket Wegwijs onder de aandacht brengt en die men bij de cliënten kan achter laten en ook op voor publiek toegankelijke locaties kan neerleggen. Ook zou het onder de aandacht brengen van de inwoners met een scherm bij AH de naamsbekendheid vergroten.

Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wat betekent dat voor ons…

Financiële zorgen, betalingsachterstanden en zelfs schulden zijn een groeiend probleem: bijna 1 op de 5 huishoudens in Nederland kampt met schulden. En bij 1 op de 6 huishoudens gaat het nèt goed maar is er geen financiële buffer om tegenvallers op te vangen. Taboe en schaamte rondom armoede en schulden maakt het voor veel mensen moeilijk om op tijd actie te ondernemen. Geldproblemen houden we in Nederland liefst voor onszelf. Deze problemen hebben echter een grote invloed op hoe men zich voelt en functioneert, ze veroorzaken veel stress en mensen gaan vaak twijfelen aan zichzelf. Om het tij te keren is de overheid de laatste jaren diverse initiatieven aan het ontplooien. Deze zijn o.a. gericht op vroegsignalering en preventie. Dus mensen helpen om in een vroeg stadium hun financiën weer op orde te krijgen. Daarmee kunnen veel kosten en ook veel leed voorkomen worden. Een van die nieuwe initiatieven is de Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, gericht op vroegsignalering.

Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) officieel in werking getreden. In de gemeente Oisterwijk werkte het team van Loket Wegwijs al sinds 2021 volgens die wetgeving omdat 2021 als overgangsjaar was aangegeven. De gemeente heeft hierover nog weinig informatie gepubliceerd. De nieuwe wet brengt echter grote veranderingen met zich mee.

  • De schuldhulpverlening is voortaan een gemeentelijke taak en met deze nieuwe wet moet de gemeente nu ook actief en preventief optreden. De uitvoering daarvan ligt bij Loket Wegwijs. Mensen met (dreigende) problematische schulden kunnen daar worden geholpen met advies, begeleiding, schuldbemiddeling of saneringskrediet;
  • Het doel is door vroegsignalering hulp te bieden aan inwoners met betalingsachterstanden en daardoor te voorkomen dat schulden gaan oplopen en problematisch worden. Inwoners die zelf nog geen hulpvraag hebben gesteld worden benaderd door de gemeente;
  • Voor deze vroegsignalering is een viertal ‘signaalpartners’ aangewezen, namelijk energieleveranciers, zorgverzekeraars, waterleveranciers en woningverhuurders. Zij zijn nu verplicht betalingsachterstanden na 2 maanden te melden aan de gemeente, terwijl zij ook zelf een eigen incassoprocedure zijn gestart. Hiervoor is een beveiligde, geautomatiseerde gegevensuitwisseling ontwikkeld;
  • Het gaat in Oisterwijk omca. 75 meldingen per maand, soms van een signaalpartner en soms van meerdere tegelijk;
  • Zodra de gemeente een signaal heeft ontvangen is zij gehouden binnen 4 weken de inwoner ondersteuning aan te bieden om de betalingsachterstanden
    weg te werken. Ondersteuning kan bestaan uit advies of doorverwijzing naar informele organisaties. In het uiterste geval kan die hulp bestaan uit een
    schuldhulpverleningstraject;
  • Dit betekent dat de gemeente binnen deze wettelijke termijn de bewuste inwoner actief moet benaderen, hetzij per telefoon, brief of een onaangekondigd huisbezoek door een medewerker van loket Wegwijs. Dit hangt af van de ernst van de situatie. De inwoner kan wel of niet instemmen met hulp via
    de gemeente. Inwoners met financiële problemen waar zij geen raad meer mee weten kunnen ook zelf contact opnemen met Loket Wegwijs;
  • Als de schulden al flink opgelopen zijn en de inwoner stemt in met hulp, wordt een Plan van Aanpak opgesteld om te komen tot een oplossing van de betalingsproblemen. De gemeente moet dit plan binnen acht weken opstellen

nmiddels heeft de gemeente hiervoor procedures en werkprocessen opgesteld en medewerkers opgeleid om de nieuwe wettelijke taken uit te voeren. De ASD heeft hierover een tweetal adviezen uitgebracht. Wij zien nog wel een aantal aandachtspunten om tot een goede invoering van de nieuwe wet te komen. Bewoners ervaren bij financiële problemen vaak onzekerheid, schaamte en/of boosheid. Het is aan de hulpverlener om hier aandacht aan te schenken en op formele en informele wijze ondersteuning te bieden. Ook kunnen bewoners het ongevraagd aanbieden van hulp ervaren als een schending van hun privacy en dit zal door de hulpverlener zorgvuldig moeten worden uitgelegd. Deze wetswijziging kan een zodanige invloed hebben op de persoonlijke levenssfeer van mensen dat een goede publieksvoorlichting en duidelijk foldermateriaal noodzakelijk zijn om de inwoners over de nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden voor te lichten. Brieven, folders e.d. dienen in begrijpelijke taal geschreven te zijn. Door de termijnen die in de procedures zijn genoemd kan het in ernstigere gevallen nog steeds te lang duren voordat er daadwerkelijk hulpverlening op gang komt. Gedurende deze tijd blijft de inwoner onzeker over zijn situatie en kunnen schulden verder oplopen.

Voorkomen is beter dan genezen, daarom pleit de ASD om vroegtijdig te kiezen voor preventiemaatregelen en voorlichting over deze problematiek. Bijvoorbeeld door jeugdigen te informeren en lesprogramma’s hiervoor in te zetten. Maar bijvoorbeeld ook door het betrekken van gespreksgroepen in buurten en bij groepen die een groter risico lopen op schulden. Het is goed om ons te realiseren hoe uitermate complex onze samenleving voor veel mensen is geworden. Al met al menen wij dat de gemeente heeft gekozen voor een te strikt juridische benadering en invoering van deze wetgeving. Wij doen daarom een beroep op de gemeente om op begripvolle wijze uit te dragen dat zij naast inwoners wil staan die in een financiële noodsituatie terecht dreigen te komen. Inlevingsvermogen en compassie is wat mensen die het financieel niet meer redden, allereerst nodig hebben. En als tweede advies of ondersteuning om hun financiën weer gezond te krijgen. Naast Loket Wegwijs zijn ook de onafhankelijke cliëntondersteuners graag bereid hier een rol in te vervullen.

Voor meer informatie kunt u terecht bij;

Beschermd wonen in gemeente Oisterwijk, werk in uitvoering…

Het komend kaar gaat er nogal wat veranderen op het gebied van Beschermd wonen. Deze maand besteden we daarom speciaal aandacht aan dit onderwerp. We hebben ons de laatste maanden hierin erg verdiept. De huidige wetgeving hierover verandert gefaseerd vanaf 2022. In het komende jaar zal onze gemeente samen met de 9 gemeenten van Hart van Brabant een jaar lang voorbereidende werkzaamheden gaan uitvoeren. Dit houdt o.a. in dat mensen die zijn aangewezen op beschermde woonvormen meer zelfstandig in de wijken gaan wonen.
Dat het op- en afschalen van zorg en ondersteuning meer vanzelfsprekend gaat worden en er een soepele overgang komt tussen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang gaat.
Beschermd Wonen is het wonen in een accommodatie, zelfstandig of in een instelling, waarbij een veilige leefomgeving wordt geboden met toezicht en begeleiding. Er is meestal dagbesteding en hulp of er wordt werk aangeboden via WSD.
Bij de lichtere variant, de zogenoemde Maatschappelijke Opvang woont men zelfstandig in een eigen appartement of complex met bescheiden begeleiding en hulp op afroep en ondersteuning.

Beschermd Wonen was eerst een centraal gestuurde voorziening vanuit een centrumgemeente; voor Hart van Brabant is dit Tilburg. Met de gefaseerde verandering wordt het echter een gemeentelijke verantwoording en dus zal Oisterwijk deze voorziening moeten gaan uitvoeren. Wel heeft de wetgever een uitzondering gemaakt voor Langdurige Zorg voor mensen met een psychische beperking. Deze voorziening zal niet bij gemeenten worden ondergebracht, maar wordt een voorziening vanuit de Wet Langdurige Zorg. Deze voorziening gaat daarmee vanuit de regio naar de rijksoverheid.


Deze pagina bevat informatie vanuit de Adviesraad Sociaal Domein en biedt tevens een forum aan de inwoners van de gemeente Oisterwijk om van gedachten te wisselen over problemen, ontwikkelingen en successen in het sociaal domein van de gemeente. Zie verder de verantwoording onder aan deze pagina. Om voor Beschermd Wonen in aanmerking te komen gaat er een aanvraag via Loket Wegwijs of via de huisarts die een doorverwijzing geeft. Ook zullen vele indicaties plaatsvinden door medewerkers van MEE, dat bij Loket Wegwijs is gevestigd. In de gemeente Oisterwijk zijn o.a. actief: GOED Wonen Oisterwijk; Stichting de Belvertshoeve; ’t Schop Prisma; Beschermd Wonen Oisterwijk; RIBW Brabant, Stichting Olivier en enkele particuliere initiatieven. In de regio Hart van Brabant maken zo’n 800 personen gebruik van een Beschermd Wonen voorziening.

Wat gaat er concreet de komende jaren veranderen en waarover maken wij ons zorgen.

  • De voorzieningen voor Beschermd Wonen zullen gewoon blijven in de regio, alleen zal de aansturing en financiering hiervan nu voor rekening gaan komen van de gemeente Oisterwijk.
  • Doordat in Oisterwijk al veel vestigingen zijn, wonen hier ook mensen die oorspronkelijk uit andere regio’s komen. Hiervoor zal een zogenoemd woonplaatsbeginsel gaan gelden en zal de oorspronkelijke regio voor die inwoners financieel verantwoordelijk worden.
  • De samenwerking in regionaal verband juichen wij toe, waarbij elke gemeente voor de sociale basisstructuur en voorzieningen moet gaan zorgen. Hoe de
    uitvoering hiervan en evaluatie gaat plaatsvinden is echter nog niet geregeld of nog onbekend.
  • Er zal gestuurd gaan worden op decentrale voorzieningen in wijken en opvang in de buurt. Hiertoe zullen meerdere voorzieningen moeten worden gebouwd en zal men elke buurt waar deze woonvormen gaan komen tijdig moeten informeren.
  • Wij kunnen ons hierbij niet aan de indruk onttrekken dat deze decentralisatie en gemeentelijke aansturing een bezuinigingsoperatie vanuit het Rijk zijn. Zonder voldoende financiële middelen dreigt deze wijziging bij voorbaat een mislukking te gaan worden.

Om ervoor te zorgen dat de uitvoering van deze operatie zorgvuldig gaat gebeuren zal ASD-Oisterwijk het komende jaar veel aandacht blijven besteden aan dit onderwerp en de gemeente zo nodig van gevraagd en ongevraagd advies voorzien

Oproep

nelleke van wijk
Nelleke van Wijk

Ik ben Nelleke van Wijk, gehuwd en de trotse moeder van een zoon en een dochter, oma van vier kleinkinderen. Sinds eind 2017 ben ik tevens de trotse Nederlandse mama van een jong Syrisch stel en inmiddels ook oma van een mooi meisje met prachtige donkere ogen.

Ik houd mij in het bijzonder bezig met Inburgering, Beschermd Wonen en de professionals die daarin werkzaam zijn. Ik neem o.a. deel aan de klankbordgroep Inburgering hier in Oisterwijk. Graag hoor ik van u, uw ervaringen en zorgpunten, via ons emailadres.

Inburgering in Oisterwijk, vanaf 1 januari 2022 een nieuw beleid.

Per 1 januari 2022 wordt de nieuwe wet inburgering van kracht. De ASD heeft daarover advies uitgebracht en de gemeente heeft hierop gereageerd. Bij de voorbereiding van de invoering van deze wet is samengewerkt met de 9 gemeenten in Hart van Brabant, zodat de inburgering in het gehele gebied min of meer op dezelfde manier gaat plaatsvinden. Overigens nog wel met een eigen lokale kleur; Oisterwijk heeft immers een AZC binnen haar gemeentegrenzen.

Wat gaat er veranderen en wat hebben wij daarop geadviseerd…

De wetswijziging maakt de gemeenten weer verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. De gemeente voert de regie over het uitvoeringstraject, de eindverantwoordelijkheid ligt bij de inburgeraar zelf.
Taaleisen worden aangescherpt, de gemeente en/of de regio Hart van Brabant sluit contracten af met aanbieders van o.a. taalcursussen. De gemeente voert het zgn. brede intakegesprek en stelt samen met de inburgeraar een Persoonlijk Inburgering Plan (PIP) op. Dit is maatwerk, want hierin staan gerichte afspraken over het traject. Een nieuw element in het inburgeringsmodel is de regioplaatsing. Vergunninghouders en kansrijke asielzoekers worden geplaatst in een AZC in een regio die hun arbeidsmarktkansen zo groot mogelijk maakt. Als
zij een verblijfsvergunning krijgen, krijgen zij vervolgens een woning toegewezen in de regio. De regio Hart van Brabant is aangewezen om hiermee ervaring op te doen. In het kader van dit pilotproject verzorgt het AZC Oisterwijk de centrale entree in de regio, als zgn. Welkomsthuis.

In grote lijnen worden 2 hoofdgroepen inburgeraars onderscheiden, asielzoekers en statushouders die via het AZC binnenkomen, en gezins- en overige migranten. Die laatste groep, zoals bijvoorbeeld nieuwkomers door huwelijk vanuit een niet-Westers land of arbeidsmigranten, heeft voor inburgering en taalcursussen zijn eigen verantwoordelijkheid; de gemeente heeft hierbij slechts een adviserend.

Wij hebben in het beleidsplan gezien dat de gemeente kiest voor een zorgvuldige en gastvrije en inclusieve opstelling voor de ontvangst van de inburgeraars. Hieronder enige punten uit ons advies die door de gemeente zijn overgenomen:

  • De gemeente zal zich inspannen om te komen tot inburgeringsplannen van hoge kwaliteit, waarbij zo veel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van ervaringen uit een eerdere pilot (het Yalla!-traject van de WSD).
  • De gemeente wil de medewerkers van Loket Wegwijs extra trainingen bieden om die brede intakes te kunnen doen en de kwaliteit van dienstverlening te verhogen. Hierbij wordt gestreefd naar een flexibele dienstverlening, zodat er ook bij grotere aantallen instroom van inburgeraars voldoende capaciteit beschikbaar is voor deze intake.
  • De ASD is ingenomen met de toezegging van de gemeente dat bij de gezamenlijke inkoop van diensten in de regio er een relatie wordt gelegd met Jeugdhulpverlening, Wmo en participatie, zodat kwetsbare groepen voldoende aandacht kunnen krijgen. Hierbij doelen wij op kinderen en groepen inburgeraars die niet via het AZC binnenkomen. Voor gezinnen met kinderen kan het hele inburgeringsproces een te grote verantwoordelijkheid zijn en is extra ondersteuning gewenst.
  • Er wordt een Klankbordgroep Inburgering gevormd, waarmee wij ervaringen, wensen en ervaren knelpunten van inburgeraars in kaart kunnen brengen en die kunnen terugkoppelen naar de gemeente. Wij zullen onze bijdrage leveren aan de verder invulling van dit initiatief.

Wij zien bij het proces van inburgering ook een rol weggelegd voor de organisaties in de sociale basisstructuur, zoals o.a. het Taalhuis. Hier zit kennis en ervaring rond inburgering. Fijn dat de gemeenten hebben toegezegd daarvan gebruik te maken en verdere ontwikkelingen te stimuleren om tot een groter draagvlak te komen. Als Adviesraad willen we daaraan zeker een bijdrage leveren. Hierbij zal ook zeker een beroep worden gedaan op de plaatselijke/regionale
ondernemers. Zij kunnen bijdragen met arbeids- en leerwerkplaatsen.
Tot slot constateren wij dat de registratie en monitoring van de inburgeringstrajecten een gedegen Oisterwijkse invulling krijgt. Via de Klankbordgroep Inburgering kunnen wij beoordelen of de nieuwe wet inburgering ook echt werkt, dan wel of lokale aanpassingen tot verbetering kunnen leiden.

Klik hier voor het complete advies.

Woonzorgvisie van Oisterwijk, ons advies op de discussienota.

In dit artikel geven wij een samenvatting van het advies recentelijk uitgebracht n.a.v. de rapportage van Bureau Companen over de Woonzorgvisie van de gemeente Oisterwijk. Deze komt op 18 november a.s. aan de orde in een raadsontmoeting en zal begin 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Om tot een Woonzorgvisie te komen heeft het college bureau Companen onderzoek laten doen. Hierbij zijn inwoners en diverse marktpartijen betrokken geweest. De uitkomst is een ontwerpvisiedocument waarop de ASD onlangs advies heeft uitgebracht aan het college. Onze aandacht ging vooral naar de hoofdthema’s, aangevuld met een aantal algemene opmerkingen. Zo benadrukten we dat er ook in Oisterwijk sprake is van een crisis op de woningmarkt. Er is veel vraag naar betaalbare woningen en die zijn nauwelijks te vinden. Zeker voor starters en inwoners met een laag- of middeninkomen is het erg moeilijk, haast onmogelijk om aan een passende woning te komen. Zij verkeren ten opzichte van elkaar in een concurrentiepositie en dat veroorzaakt maatschappelijke spanningen. Die crisis op de woningmarkt is niet van vandaag op morgen opgelost; we adviseren het college hierover dan ook open te zijn.
Over de verschillende hoofdthema’s hebben we o.a. het volgende opgemerkt.

Hoofdthema 1

Voor welke doelgroepen moet Oisterwijk bouwen?

Naast de in het rapport genoemde groepen inwoners senioren, gezinnen of starters missen we aandacht voor alleenstaanden. Deze groep wordt steeds groter, o.a. door echtscheidingen of door bewuste keuze. Voor deze groep kunnen kleinere en goedkopere woningen gerealiseerd worden. Een bijkomend probleem is dat voorrang geven aan bouwen voor eigen bewoners wettelijk niet mogelijk is, waardoor de instroom van buiten Oisterwijk groot zal blijven en dus grote invloed heeft op het aantal te bouwen woningen.

Hoofdthema 2

Hoe zetten we in op betaalbaar wonen in Oisterwijk?

Door de crisis in de woningmarkt is bouwen op de huidige wijze haast ondoenlijk, de kosten zijn hiervoor te hoog geworden. Er zullen alternatieve wijzen van bouwen en wonen ontwikkeld moeten worden. Denk hierbij aan “Tiny Houses”, het opsplitsen van bestaande woningen en het aanpassen van leegstaande gebouwen en winkels. Vooral voor kansarme categorieën burgers op de woningmarkt is dit soort alternatieven van belang, naast een goede inpassing in gevarieerde wijken.

Hoofdthema 3

Hoe krijgen we een prettige woonomgeving voor mensen met een zorgvraag?

Oisterwijk heeft nu al te maken met vergrijzing en dit zal alleen maar gaan toenemen in de toekomst. Inwoners zullen steeds meer op zichzelf zijn aangewezen doordat professionele hulp minder beschikbaar zal zijn. Daarom zal de gemeente mogelijkheden moeten scheppen voor andere manieren van samenleven waardoor inwoners elkaar kunnen ondersteunen. Elders in Nederland zijn hiervan al voorbeelden te vinden, denk aan hofjeswoningen (‘Knarrenhof’). Ook kan de gemeente faciliteiten bieden om het senioren makkelijker te maken te verhuizen of verschillen in woonlasten te overbruggen.

Hoofdthema 4

Hoe houden we de gemeente leefbaar?

Wij zijn sterk voorstander van een preventief beleid waarbij aan de voorkant investeren voorkomt dat aan de achterkant problemen en hoge kosten ontstaan. De ASD pleit dan ook voor een sterke fysieke en sociale leefbaarheid, ook bij deze Woonzorgvisie.

Naast onze bijzondere aandacht voor deze hoofdthema’s hebben wij ook nog een aantal losse opmerkingen over het visiedocument die wij hier kort weergeven:

  • Een analyse van de huidige crisis op de woningmarkt in aantallen en specifieke behoefte ontbreekt , dit hebben wij node gemist en zien we graag aangevuld.
  • De huidige prijsontwikkeling van koopwoningen maakt het voor starters in Oisterwijk haast onmogelijk een huis te vinden. De tweedeling die hierdoor ontstaat moet door de gemeente actief worden aangepakt.
  • Specifieke doelgroepen en hun bijzondere behoeften zijn in het visiedocument niet benoemd. Statushouders, woningzoekers vanuit een beschermde woonomgeving en arbeidsmigranten vragen nadrukkelijk om aandacht.
  • Het zal duidelijk zijn dat de gemeente Oisterwijk mede afhankelijk is van landelijk en provinciaal beleid. Hierdoor is een aantal keuzes voor Oisterwijk niet mogelijk. Wij hadden graag een uitwerking gezien van deze randvoorwaarden.
  • Belangrijke onderwerpen als duurzaamheid, planvorming en doorlooptijd van procedures en hoe deze effecten hebben op de realisatie van plannen zijn in het visiedocument niet aan de orde gekomen.

Tot slot, we beseffen dat een Woonzorgvisie complexe materie is en dat de huidige crisis op de woningmarkt niet snel op te lossen is. Daarom is het belangrijk bij de inwoners van Oisterwijk realistische verwachtingen te scheppen en de gemaakte keuzes goed uit te leggen. De ASD wil zich inspannen hier een bijdrage aan te leveren.

OPROEP

ASD-Oisterwijk ontvangt graag suggesties voor kleinere, wijkgerichte projecten of activiteiten die de sociale samenhang in de wijk bevorderen. Wij willen ons inspannen om hier draagvlak en budget voor te vinden en deze indienen bij het gemeente bestuur, zodat die de komende jaren gerealiseerd kunnen worden. Graag horen wij van u, initiatiefnemers kunnen hun plannen en projecten insturen op ons email-adres

Normaliseren, een begrip dat om toelichting vraagt.

De ontwikkelingen in de zorg staan volop in de belangstelling, met name de problemen in de jeugdzorg trekken veel aandacht. In de discussies duikt regelmatig het begrip “normaliseren” op. Vaak is niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Normaliseren betekent in ieder geval: vermijden dat de hulpvraag onnodig geproblematiseerd wordt. Sommige problemen in de opvoeding van kinderen of in relaties tussen huisgenoten horen tot de “normale” problemen van het leven. Zulke problemen moeten we niet groter maken dan ze zijn. Dat wil niet
zeggen dat ieder gezin of ieder individu een dergelijk probleem op eigen kracht de baas kan worden. In het kader van normaliseren willen we wel vermijden, te denken in termen van oplossingen. Het gaat erom dat de betrokkenen een situatie bereiken waarin zij het probleem weer zelf kunnen hanteren. Zo’n situatie (een gezin heeft weliswaar een probleem, maar kan dat zelf hanteren) zouden wij “normaal” moeten vinden.

Een gezin of een individu kan ondersteuning nodig hebben om die nieuwe “normale” situatie te bereiken. Daartoe is het nodig dat er een volledige verkenning/onderzoek plaatsvindt van de hulpvraag of probleemsituatie met alle deelvragen of -problemen die daarbij aan de orde komen. Hierbij wordt nagegaan op welke manier de vragen/deelproblemen het meest effectief en efficiënt kunnen worden aangepakt zodat de hulpvrager weer zelfstandig de situatie aankan. Financiële problemen, huisvestingsproblemen en arbeidsvraagstukken kunnen vaak sneller aangepakt worden dan relatieproblemen. En het versterken van iemands kracht op langere termijn kan meer effect hebben en is duurzamer. Tevens is van belang dat een hulpverlener die de hele situatie overziet sturend is bij de tijdige inschakeling van specialistische hulp op deelproblemen. En zodra het deelprobleem weer hanteerbaar is, wordt de specialistische hulp weer afgeschakeld voor de hulpvrager en de hulpverlener.

Normaliseren moet een van de antwoorden gaan vormen voor een aantal specifieke probleemgebieden van het moment op het gebied van het Social
Domein die wij hier kort zullen aangeven:

  • De toegenomen specialisatie en complexiteit
    Door de toegenomen kennis en ervaring is het aantal specialismen in Nederland bijna niet meer te tellen en is er een enorme afstand en complexiteit ontstaan tussen behandelaars onderling en mensen met problemen. Hierdoor wordt het verbinden en algeheel benaderen van mensen steeds moeilijker.
  • De stapeling van deelproblemen
    De meeste mensen kunnen hun eigen problemen oplossen, het wordt echter lastig als er een stapeling van deelproblemen ontstaat, bijvoorbeeld bij financiën met huisvestingsproblemen of relatieproblemen en gezondheidsklachten en arbeid of sociale steun. Uit onderzoek is gebleken dat mensen dit niet meer zelf kunnen oplossen als er een stapeling is van meer dan 3 deelproblemen.
  • Generalisten versus specialisten
    Wanneer er sprake is van een stapeling van deelproblemen zal een huisarts bij het stellen van een diagnose veelal verwijzen naar (para-)medische specialisten. Terwijl een echte generalist, de maatschappelijk werkster, zal kijken naar welk probleem het eerste succesvol opgelost kan worden. We zien dus vaak dat mensen voor meer deelgebieden bij meerdere experts lopen die weinig of niets van elkaars werkgebieden weten en er een opeenhoping van zorgverlening ontstaat.
  • Andere mechanismen
    De toename van kwaliteitseisen in wet- en regelgeving, maar ook in de beroepsgroep en zelfs bij de hulpvragers zorgt voor een toename in de hulpverlening . Daarnaast zorgt de privacywetgeving voor de nodige problemen en administratieve belasting. Ook de toegenomen aandacht voor aandoeningen en mogelijke ziekten heeft gezorgd voor een stijging in zorgvragen.

Dit alles heeft ertoe geleid dat in de afgelopen jaren een minder efficiënte en effectieve gespecialiseerde hulpverlening is ontstaan. Normaliseren zal een bijdrage moeten leveren aan verbeteringen en er mede voor moeten zorgen dat er niet te snel een keuze gemaakt wordt voor één of twee probleemgebieden en doorverwezen wordt naar specialisten. Van groot belang hierbij wordt kwalitatief hoogwaardige onderzoek en is hoogwaardige expertise bij de voordeur (de loketfunctie) een eerste vereiste.

De ASD zal de komende periode in deze rubriek met enige regelmaat stilstaan bij de ontwikkelingen rond de inkoopstrategie sociaal domein en normaliseren en zal daarover berichten in De Nieuwsklok.

Klik hier voor het complete advies.

Inkoopstrategie sociaal domein in hoofdlijnen

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet en sinds 2007 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Voor de financiering en de organisatie van de jeugdzorg en van een gedeelte van de maatschappelijke ondersteuning werken gemeenten in regionaal verband samen. Voor de jeugdzorg en voor de maatschappelijke ondersteuning gebeurt dat op vrijwillige basis. Binnen de regio Hart van Brabant (HvB) werkt Oisterwijk samen met acht andere gemeenten.
Een belangrijk deel van de organisatie van de jeugdzorg (en van de maatschappelijke ondersteuning) bestaat uit de selectie en het contracteren van zorg- en hulpverlenende instanties. In deze contracten staat, naast afspraken over vergoedingen, de aard en de omvang van de te leveren zorg omschreven. Al die contracten samen moeten het mogelijk maken de benodigde zorg en hulp te leveren.
De zogeheten ‘toegang tot de zorg’, voor inwoners, is een verantwoordelijkheid van de gemeente. In Oisterwijk wordt die toegang geregeld via het Loket Wegwijs.
In 2022 lopen de huidige contracten af. Daarom wordt nu nagedacht over de nieuwe contracten met de zorgaanbieders. Dit heet “Inkoopstrategie sociaal domein”.
Het gaat hierbij om vragen als:

  • Hoeveel zorgaanbieders zijn per zorgcategorie nodig?
  • Krijgt iedere zorgaanbieder die zich meldt een contract of wordt er geselecteerd op aanbieders?
  • Welke kwaliteiten willen we en wat mag dat kosten?
  • Welke afspraken maken we over de duur van een zorgverleningstraject?

Dit is een lastig traject, niet alleen inhoudelijk, maar ook omdat het gaat om een gezamenlijke, regionale besluitvorming die over allerlei schijven loopt. De lokale sociale adviesraden in Hart van Brabant spelen hierbij een rol. Onze Adviesraad heeft op regionaal en gemeentelijk niveau geadviseerd. U hebt de afgelopen tijd veel publicaties kunnen lezen over de problemen en de knelpunten in de zorg. Vooral problemen in de jeugdzorg kwamen vaak in het nieuws. In onze regio is dat niet anders: te lange wachtlijsten voor de complexe zorg; forse kostenoverschrijdingen. Er gaat in verhouding veel geld gaat naar laag-complexe hulpverlening. We mogen ons dan ook de vraag stellen: Voor welke hulp is de overheid aan zet en voor welke problemen mogen we verwachten dat de inwoners die zelf, binnen en met hulp van hun eigen sociale omgeving oplossen.
De komende maanden moet duidelijk worden hoe de instellingen en organisaties zich kunnen inschrijven als aanbieder van zorg en hulp in Jeugdzorg en WMO. Vervolgens worden de aanbieders geselecteerd. Wij verwachten dat april/mei 2022duidelijk is wie in het Hart van Brabant in het komende jaren als aanbieder beschikbaar zullen zijn en of dit (kosten)efficiënt en met minder bureaucratie zal worden uitgevoerd.
De Adviesraad heeft het College geadviseerd:

  • Stop met “Open House Contracting”, “elke aanbieder kan meedoen”. Dit leidt tot verspilling, slechte uitvoering en veel administratie.
  • Ga contracten aan met voldoende aanbieders, passend bij de vraag en de inhoud. Hierdoor wordt de uitvoering overzichtelijk en (kosten-) efficiënt.
  • Selecteer aanbieders zonder winstoogmerk (stichtingen) die hun winst besteden aan zorg en innovatie en laat “overwinst” terugstorten.
  • Ga langdurige relaties aan met betrouwbare aanbieders en sluit wanpresteerders of zakkenvullers uit.
  • Houd ruimte over voor nieuwe ontwikkelingen aan nieuwe aanbieders die vernieuwing in de zorg kunnen bieden.
  • Betaal fatsoenlijke tarieven en kijk niet alleen naar de laagste kosten, zorg voor aanbieders met gekwalificeerd personeel zodat optimale zorg wordt verleend.
  • Instellingen moeten voldoen aan alle gestelde richtlijnen met o.a. ondernemingsraad, cliëntenraad, privacyreglement, klachtenprocedure, kwaliteitszorg en CAO.
  • Laat instellingen cliënten bij eventuele misplaatsingen, doorverwijzen naar de juiste instelling.
  • Zorg voor transparantie en periodieke verantwoording op het gebied van financiën, inhoud en voortgang van begeleiding en behandeling, klachtenregistratie.
  • Zorg voor resultaatgerichte aanpak en contracten met duidelijk geformuleerde eindresultaten in behandeling. Stop een behandeling als problemen dragelijk zijn en vermijd contracten op basis van aantal uren x tarief.

Om deze uitgangspunten te kunnen uitvoeren heeft de Adviesraad nog een aantal randvoorwaarden geformuleerd aan gemeente. Het is belangrijk dat de gemeente een goed inzicht heeft in de aard en het volume van de lokale zorgvraag. Ambtenaren die betrokken zijn bij de inkoop moeten kennis hebben van die markt en van de zorgaanbieders. Door regelmatig werkbezoeken af te leggen is kunnen bestuurders en politici hun betrokkenheid bij de uitvoering van de zorgverlening tonen; een inspectiesysteem op de zorg kan daarnaast een goede ondersteuning bieden. Door goed uit te leggen wat de zorg- en de hulpverlening kost, kan ook de ontvanger van zorg bewust gemaakt worden van welke zorg echt nodig is.
ASD-Oisterwijk levert een stevige bijdrage aan de discussies tussen raad en college met als doel een prima inkoopbeleid sociaal domein voor de komende jaren.

Klik hier voor het complete advies.

Herontwikkeling De Leye, ons advies.

De komende maand gaat de gemeenteraad zich opnieuw buigen over de herontwikkeling van De Leye. De nieuwe voorstellen zijn gemaakt na de discussie vorig jaar over het concept Beekdal Park, waarbij de raad het College vroeg meer scenario’s te schetsen. In aanloop naar de behandeling in de raad heeft het College de Adviesraad nu gevraagd bij die voorgestelde scenario’s te adviseren. De belangrijkste punten uit ons advies zijn:

  • We zijn enthousiast over de nieuwbouwmogelijkheden; dit is een unieke kans voor de komende 50 jaar om wonen en zorg te combineren en mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen
  • Neem in alle scenario’s facilitaire ruimten op, zoals ontmoetings- en activiteitenruimten
  • Geef meer duidelijkheid en een goede onderbouwing van de details in elk van de genoemde scenario’s
  • Zorg voor een groot aandeel van sociale huurwoningen in dit project; in Oisterwijk is hier namelijk grote behoefte aan
  • Geef duidelijke normen aan voor parkeren en bereikbaarheid in de groene omgeving van het project.

De ASD vindt dat de ingezette ontwikkelkoers, waarbij kwaliteit is gesteld boven een maximale bereikbare winst, moet worden vastgehouden. Ook zien we dat er een goede samenwerking is geweest tussen alle spelers in dit project en dat er een open samenspraak is geweest met omwonenden en geïnteresseerde Oisterwijkers. Dat is positief en goed voor draagvlak onder de Oisterwijkse bevolking. Wij hopen dat de gemeente bij de uitwerking van de
scenario’s van De Leye al rekening gaat houden met de woonzorgvisie die er binnenkort aankomt. Met name de behoefte aan persoonsgebonden plaatsen (=PG-plaatsen) verdient hier de nodige aandacht en wat er verder nog voor mogelijkheden gaan komen in het aanbod van zorgaanbieder Thebe. Ook hebben wij tijdens de huidige coronabeperkingen ervaren dat het erg belangrijk is dat er genoeg contacten en sociale samenhang is in de directe omgeving voor de bevolking van Oisterwijk. Daarom vindt de ASD dat er in alle scenario’s van dit project voldoende ontmoetingsruimten en activiteiten mogelijk moeten zijn. Maar ook dat er ruimten en faciliteiten zijn voor huisarts en fysiotherapie. Wat hierbij kan helpen is om bij het verder uitwerken van de details van de plannen de onduidelijkheden in de financiële opsommingen weg te nemen. Met name dit laatste punt kan voor onrust zorgen als op een later moment de kosten voor huurwoningen en koopwoningen gaan tegenvallen.

De ASD pleit voor een aanzienlijk aandeel sociale huurwoningen in dit project, waarbij de PG-plaatsen niet als sociale huur worden meegerekend. Deze zorgplaatsen worden toegewezen door het Zorgkantoor en zijn dus niet vrij toewijsbaar door een woningbouwvereniging. Uiteindelijk heeft de ASD als beste scenario gekozen voor 3A, dat we dan ook van harte aanbevelen. Dit scenario bestaat uit de nieuwbouw van 30 sociale huurappartementen in blok 1, 20 duurdere appartementen in blok 2, 15 duurdere appartementen in blok 3, 10 patiowoningen in blok 4, 32 PG-plaatsen in blok 5 en voldoende facilitaire ruimten. Het aandeel van sociale huurwoningen, exclusief de PGplaatsen komt in dit scenario op een keurige 40%.
Ten slotte willen wij nog opmerken dat het Beekdal Park in het verleden een overstroomgebied was van de Voorste Stroom en dat dit gevolgen kan hebben voor bebouwing en het ondergronds mogelijk maken van parkeerplaatsen. Wij hopen echter dat dit soort onaangename gevolgen tijdens de planning en uitvoering van de bouw worden opgelost en dat hierdoor het groene karakter van het gebied behouden kan blijven en daarmee een goede aanvulling zal zijn voor de leefbaarheid en het centrum van Oisterwijk.
De ASD gaat ervan uit dat met onze bijdrage en advies er een goede discussie tot stand komt en een wijs besluit kan worden genomen in de gesprekken tussen College en raad.

Klik hier voor het complete advies.