Vacature

De Adviesraad Sociaal Domein Oisterwijk zoekt nieuwe leden (m/v)

Ben jij inwoner van Oisterwijk en voel je je betrokken bij wat er in onze gemeente gebeurt? Heb je een brede belangstelling voor maatschappelijke vraagstukken? Wil jij je inzetten voor de positie van de inwoners van Oisterwijk? Heb je affiniteit met gemeentelijk beleid in het sociaal domein?
Als je antwoord op deze vragen positief is, dan is het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein Oisterwijk misschien iets voor jou. De adviesraad is een onafhankelijk adviesorgaan van het college van B&W van gemeente Oisterwijk voor vraagstukken in het sociale domein. Denk hierbij aan de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. De raad heeft negen leden die ieder vanuit hun eigen achtergrond en ervaring bijdragen aan het werk van de raad. Tijdens maandelijkse vergaderingen worden ontwikkelingen in het sociaal domein besproken en adviezen vastgesteld. Het overleg in de raad is gericht op constructieve samenwerking in een ontspannen sfeer. Buiten de vergaderingen onderhouden de leden contacten met maatschappelijke groeperingen, professionele organisaties en beleidsambtenaren van gemeente Oisterwijk. Het werk voor de raad kost je gemiddeld 1 à 2 dagdelen per week.
In 2024 ontstaan enkele vacatures in de raad en daarom zijn we op zoek naar nieuwe leden. Wat vragen we van kandidaten?

  • maatschappelijke betrokkenheid en affiniteit met (beleid-)vraagstukken in het sociaal domein;
  • kennis van de lokale samenleving in Oisterwijk, Haaren, Moergestel en Heukelom);
  • bekendheid met een van de aandachtsgebieden van de raad (Wmo, Jeugd, Participatie);
  • in staat zijn contacten te onderhouden met maatschappelijke organisaties en om signalen vanuit die organisaties te betrekken bij advisering vanuit de raad;
  • heldere mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid;


Daarnaast gelden enkele formele eisen: leden van de raad zijn

inwoner van de gemeente Oisterwijk;

  • geen lid van de gemeenteraad of van een raadscommissie en zijn niet in dienst van de gemeente Oisterwijk;
  • niet werkzaam voor een zorg- of welzijnsaanbieder die actief is in de gemeente Oisterwijk en heeft geen commerciële relatie met de gemeente in het sociaal domein.


Heb je nog vragen? Neem dan contact op met Jos de Kort, voorzitter van de adviesraad (jos.de.kort@asd-oisterwijk.nl). Heb je belangstelling? Stuur dan vóór 15 maart 2024 een korte motivatie met curriculum vitae naar het secretariaat van de adviesraad (secretariaat@asd-oisterwijk.nl).
In verband met een evenwichtige samenstelling van de adviesraad vragen we vrouwelijke kandidaten nadrukkelijk te reageren.

Op basis van je reactie nemen we contact op voor een kennismakingsgesprek met enkele leden van de raad. Als dat leidt tot een positieve conclusie van twee kanten dan draagt de raad je ter benoeming tot lid van de ASD voor bij het college van B&W van gemeente Oisterwijk. Een benoeming geldt voor vier jaar en kan daarna worden verlengd.

Recht op hulp is soms goed maar maakt ons ook afhankelijk

Recht op hulp is soms goed maar maakt ons ook afhankelijk.

Het zorginfarct is er al. De vraag naar zorg is sterk gestegen. Dat geldt ook voor de hulp vanuit de Wet Maatschappelijke ondersteuning. Ondertussen loopt het aantal hulpverleners niet gelijk mee op.

In 2023 kregen in Nederland 1,1 miljoen mensen hulp via de Wmo. De huishoudelijke ondersteuning is met 27 % gestegen sinds vier jaar geleden het abonnementstarief werd ingevoerd (d.w.z. een bijdrage onafhankelijk van het eigen inkomen).  Die stijging zit vooral bij de hoge inkomens.
De toenemende hulpvraag is onhoudbaar maar nog belangrijker is dat we onze sociale redzaamheid inleveren. Het bieden van ondersteuning vraagt om een andere benadering.

Iedereen is op de eerste plaats, samen met zijn of haar naasten verantwoordelijk voor zijn eigen leven, eigen problemen en eigen gezondheid. Als het niet meer lukt om je eigen hulpprobleem op te lossen dan is er een sociale omgeving die daarbij kan helpen.
Pas als je je eigen problemen niet kunt oplossen en je omgeving dat ook niet (meer) kan, of er niet meer is, dan is het mooi dat er betaalde professionele en/of verzekerde zorg is.
De professionele zorgverlener kan dan grofweg uit drie benaderingen kiezen. Hij/zij kan het probleem overnemen en proberen op te lossen. Hij kan ook mensen helpen om hun eigen vraagstukken zelf op te lossen. Hij kan zich ook richten op het activeren en steunen van de sociale omgeving (familie, buren kennissen) om de patiënt/cliënt te helpen.
Helemaal vreemd in de zorgwereld was dat niet. Wijkverpleegkundigen, bijvoorbeeld, hielpen 25 jaar geleden mensen door ze nog zoveel mogelijk zelf te laten doen. Zij organiseerden ook zorg door mensen in de omgeving, waar mogelijk, bij de hulp te betrekken. Dat kost op korte termijn meer tijd maar op lange termijn is het besparend. De Haagse bemoeienis, bureaucratische indicatiestelling, betaling naar tijd per handeling maken dat al langere tijd onmogelijk. Stimuleren en organiseren kan niet meer. Zorg van mensen overnemen is nu de opdracht, en dat is dus eigenlijk niet de bedoeling van hulp.
Krachtens de Zorgverzekeringswet hebben mensen recht op zorg. Ze hebben immers premie betaald. Vaak is dat ook goed. Een gebroken arm kan maar beter gewoon gezet worden. En ook mensen met lichamelijke aandoeningen door geboorte of een ongeluk (pech) moeten gewoon geholpen worden.
Voor de Wet langdurige zorg (Wlz) geldt iets vergelijkbaars. Mensen met een indicatie voor de Wlz krijgen zorg en betalen een eigen bijdrage naar rato van hun inkomen. Dat past ook bij solidariteit om noodzakelijke hulp of zorg te betalen, wanneer dat kan. Als iemand dat niet kan betalen, dragen we die kosten met z’n allen.
In die zin zou een eigen bijdrage naar rato van het inkomen ook passend zijn binnen de Wmo. De eigen bijdrage is per 2024 verhoogd van € 19, – per maand naar € 20,60 per maand.
Er is een wetsvoorstel om de eigen bijdrage voor de Wmo met ingang van 2026 inkomensafhankelijk te maken. Dit voorstel moet nog in de tweede en eerste kamer behandeld worden.  Tot die wet is aangenomen kunnen ook mensen die zelf een schoonmaakster, een scootmobiel of traplift kunnen betalen, deze krijgen via de gemeente.

De Wet maatschappelijke ondersteuning, de term zegt het al, is geen zorg. Het is een ondersteuning van mensen die anders niet onder redelijke omstandigheden zelf thuis kunnen blijven wonen. De gemeente is verplicht de ondersteuning te bieden die mensen mogelijk maakt om zelfstandig te blijven wonen en deel te kunnen nemen aan de samenleving. De gemeente onderzoekt, alvorens de hulp te bieden, de behoefte en voorkeuren van mensen die hulp vragen. Huishoudelijke hulp, woningaanpassing, begeleiding en ondersteuning van de mantelzorgers zijn voorbeelden van hulp vanuit de Wmo.
De gemeente onderzoekt ook de mogelijkheden van de hulpvrager om op eigen kracht zijn zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving te verbeteren, eventueel met behulp van naasten.
Nogal wat mensen kunnen eventueel met hulp van anderen, misschien gedeeltelijk, zelf hun huishouden voeren. Zij hoeven dan geen of beperkt hulp. De gemeente kan familieleden en anderen in de omgeving van een hulpvrager niet verplichten om hulp te bieden. Ook wordt er soepel omgegaan met de vermogens- en inkomenstoets.  Er wordt dan hulp geboden vanuit de Wmo die strikt genomen niet nodig zou zijn.
Dat lijkt op korte termijn gunstig.  Op langere termijn maakt het mensen echter afhankelijk.  omdat mensen hun eigen mogelijkheden minder benutten.  Zij worden ook minder geholpen door hun naasten maar vooral door beroepskrachten op kosten van de gemeenschap.
Belangrijker dan recht op zorg is dat we vanuit gemeenschapszin de plicht hebben om elkaar te helpen. We dienen solidair te zijn in het bieden van zorg en hulp. Maar het is ook solidair als de hulpvragers geen zorg of ondersteuning vragen als ze het op eigen kracht kunnen of samen met hun naasten. Solidariteit komt van twee kanten. Het overbieden van zorg en hulp maakt mensen minder redzaam en het verschraalt de hulp voor elkaar. Het haalt de cement uit onze samenleving.